Coorong

26 Feb

Na een korte omweg rijden we door de mistige heuvels naar Lake Alexandria. We waren het al gewoon om regenwater te drinken, maar in Wellington wordt het leidingwater uit de overstromende rivier gepompt. Tijdens een uitstap naar Tailem Bend proberen we Cadbury’s ijs, maar het is geen herhaling waard.

De straat gaat hierna langs de Coorong, ook overstroomd door de eerste regen sinds 14 jaar. In kingston stoppen we voor een Fish en Chips. Tegen de tijd dat we in Mount Gambier aankomen is het weer aan het drachen, de kampeerplaats is overstroomd, dus huren we een kamer. De volgende dag eten we langs de Blue Hole, een vulkaankrater waar ze drinkwater in opslaan.

We bezoeken de princess Margareth Rose cave, en in de bijliggende canyon stellen we vast dat boeren ook een echo maakt.

Advertisements

Nog eens Adelaide

26 Feb

Bij de terugkeer naar Adelaide pofiteren we er van om nog eens een museum te doen, daarna bezoeken we de sloper voor een nieuwe krukaspouliedemper, maar das een heel ander verhaal…

De volgende stop, Deep Creek park, is een hondertal kilometer verder naar het zuiden. We zien onze eerste pinguins.

En blijkbaar is er in de buurt een van de beste hellingvliegplaatsen in Australië, letterlijk tussen de kangoeroes.


De lokale trekpleisters zijn Victor Harbor (op Granite Island wonen een paar honderd pinguins), en Cape Jervis waar de ferry naar Kangaroo island vertrekt (en verder helemaal niks gebeurt).

Yorke Peninsula

23 Feb

In Adelaide hebben we een abbonement voor parken gekocht waarmee we tot vijf nachten na elkaar in een bepaald park kunnen blijven, achteraf berekend kwam het in totaat uit op 3$ per persoon per nacht. De eerste plaats om het uit te proberen is Innes National Park. Hier zijn er buiten oude gipsmijnen en scheepswrakken ook golven om op te surfen, en de daarbij horende invasie van hippiecamionetten. We blijven lang genoeg om ons te enerveren op de wind, de vliegen en het gebrek aan douches (en drinkbaar water).

Mount Remarkable Heeft wel douches, en we blijven lang genoeg om een formidabel hoofdkwartier op te bouwen (alle vier tenten worden getest). Er zijn ook reuzehagedissen, een kangoeroe, een hele familie emoes en een paar duizend strontvliegen. Vanaf de bergen in de buurt kunnen we tot de zee zien.

Na een viertal nachten rijden we weer richting zuiden, in het oosten zijn wel parken maar geen water. We rijden voorbij het platste strand ooit (Het water stroomt bij hoogwater stapvoets omhoog, en de duinen van zijn van zeewier). We komen hier een paar ‘Duitsers’ uit Memmingen tegen die in een knaloranje VW transporter vanuit Europa naar hier zijn gereden. Mensen met een gebrek aan Oost Europese internetlectuur kunnen dus terecht op http://www.orangetrotter.de

Adelaide

11 Feb

Eerste toeristische must in Adelaide: Mount Lofty beklimmen, hoewel in de zomer de meeste mensen hiervoor de auto gebruiken. Na een zestal kilometer lange wandeling langs de creek zijn we op 710m boven zeeniveau bij de top. De afdaling is iets minder afzien, maar we hebben wel de hele stad gezien…

Het is bijna nieuwjaar, en de Australiers hebben een caravancultuur waar de hollanders u tegen zeggen, dus zoeken we voor de komende dagen een camping die nog niet bomvol zit. In Belair huren we een stuk gras: drie personen, twee tenten, daarvoor moeten we voor twee kampeerplaatsen betalen. Geen probleem, dan halen we de zespersoonstent boven, en betalen we maar voor één plaats, ze moeten het zelf maar weten.

De volgende dagen bezoeken we Hahndorf (Duitse attrape toerist), en Port Adelaide (in de zomer een spookstad), en met nieuwjaar nemen we de trein naar het centrum, eten in chinatown, bezoeken de meteorieten in het museum, en gaan naar het park.

Later op de avond is er een concert met gratis lawaai en vuurwerk (dit in een poging om het volk af te leiden van Australiës favoriete vrijetijdsbesteding: zuipen en op elkaar kloppen).

Kortom, we hebben onze dosis stad weer gehad, en gelukkig leiden de straten hier met zo weinig mogelijk omwegen weg van Adelaide.

Route

11 Feb

Vandaag onderbreken we op speciaal verzoek de chronologische volgorde van evenementen, en hebben we het over  de route die we tot nu to hebben gevolgd sinds september:

Sydney, Wodonga (Hume Highway), Sydney, Lake Innes (Pacific Highway), Ballina, Brisbane, Mount Glorious, Samford, Beerwah, Brisbane, Toowoomba, Crows Nest, Toowoomba, Dalby, Moonie, St  George, Cunnamulla, Bourke, Louthe, Cobar, Wilcannia, Broken Hill, White Cliffs, Wilcannia, Broken Hill, Burra, Adelaide, Port Wakefield, Yorketown, Innes NP, Kadina, Mt Remarkable, Dublin, Adelaide, Myponga, Deep Creek Park, Victor Harbor, Cape Jervis, Adelaide, Tailem Bend, Wellington, Meningie, Kingston SE, Mt Gambier, Warrnambool, Camperdown, Port Campbell, Geelong (Great Ocean Road), Melbourne, Upper Jarra Reservoir, Pakenham, Somerville, Cape Schenck, Pt Nepean, Phillip Island, Bairnsdale, Omeo, Corryong, Khancoban (Alpine Way), Jindabyne, Cooma, Canberra, Batemans Bay, Nowra, Penrith, Blackheath, Bathhurst, Lithgow…

Naar Adelaide

5 Feb

De vierde dag in Broken Hill kunnden we dus eindelijk gaan shoppen, en omdat we daar verder niks te doen hebben rijden we maar verder richting Adelaide. De straat ziet er verder hetzelfde uit als tussen Cobar en Broken Hill:  plat, recht en verlaten (in de Praktijk gelden hier dus Autobahn Verkeersregels).



Aangekomen in Red Banks Conservation Park maken we de wandeling langs de heuvels, maar door gebrek aan duidelijkheid in waar het wandelpad precies ligt maken we deze een paar kilometer langer dan nodig. De kleine canyons groeien elke bui verder in de klei, en de laatste tijd waren er vrij veel buien. Ondertussen hebben we voor al de strontvliegen in de vallei als bus gediend, de muggen komen pas tijdens het koken tevoorschijn.


In Burra vinden we de Burra Burra kopenmijn, een 100m diep gat waar nog tot in de jaren 80 aan werd verder gegraven. Interessante naam van een van de oude wijken: Llwchwr.

Na een laatste sprinkhanenplaag begint de weg meer en meer op een autostrade te lijken, wetten zijn weer van toepassing, rode lichten vertellen ons wanneer we moeten stoppen, en we moeten andere autos ontwijken.

White Cliffs

18 Jan

Von Mutawintji fahren wir nach White Cliffs, einer Opalstadt. Es ist jetzt der Montag nach Weihnachten, und wir hoffen, dass nun wenigstens ein paar der Attraktionen besichtigt werden können. Im Outback-Café, welches als Tourist-Info von White Cliffs agiert, erfahren wir, dass tatsächlich das Meiste geöffnet ist.

Dirt Road Mutawintji-White Cliffs

Zwei Hügel stellen die Hauptattraktion von White Cliffs dar, bzw. ihr Inneres. Dieses ist von Minen durchzogen, welche teilweise nun als Wohnungen genutzt werden. So gibt es hier ein unterirdisches Motel, Bed & Breakfast, Foto Galerie (eines deutschen Fotografens) etc.

White Cliffs

Zu den Sehenswürdigkeiten der Stadt zählt auch Jock, der Touren durch seine Mine anbietet. Diese ist nahezu im Originalzustand der Jahrhundertwende, er hat lediglich den Aushub beseitigt (die Bergleute haben damals erschöpfte Gänge mit Aushub gefüllt, um diesen nicht ans Tageslicht heben zu müssen), und einen ebenerdigen Zugang sowie Wohnräume geschaffen.
Teile der Mine beherbergen seine Sammlung an altem Kram, darunter auch deutsche Kennzeichen.

Jock's Place


Jock's Place


Jock's Place

Auch das Motel kann besichtigt werden, gegen eine Spende für gute Zwecke.

Underground Motel


Luftbild der Opalfelder


Der Rückweg führt uns wieder durch Wilcannia, wo Spritmangel uns zu einer “Stadtrundfahrt” zwingt. Hier scheinen alle Häuser zugenagelt sein, aber immerhin gibt es noch Benzin.

Wilcannia

Diesmal machen wir die Fahrt nach Broken Hill bei Tageslicht, aber trotzdem sind die Läden bei Ankunft zu. Weil Weihnachten am Wochenende war, werden die Feiertage am Montag und Dienstag nachgeholt, weshalb die Supermärkte früh schließen…